Handelingen 16 vs 5-16

5 De gemeenten dan werden bevestigd in het geloof en namen dagelijks in aantal toe. 6 En nadat zij door FrygiŽ en het land van GalatiŽ gereisd waren, werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. 7 En bij MysiŽ gekomen, probeerden zij naar BithyniŽ te reizen, maar de Geest liet het hun niet toe. 8 En nadat zij MysiŽ voorbijgereisd waren, kwamen zij in Troas.

Het visioen in Troas
9 En Paulus kreeg 's nachts een visioen te zien: er stond een Macedonische man, die hem dringend vroeg: Kom over naar MacedoniŽ en help ons! 10 Toen hij nu dit visioen gezien had, probeerden wij meteen naar MacedoniŽ te reizen, omdat wij eruit opmaakten dat de Heere ons geroepen had aan hen het Evangelie te verkondigen.

Paulus in Filippi
11 Wij voeren dan van Troas weg en koersten recht op Samothrace aan en de volgende dag op Neapolis. 12 En vandaar gingen wij naar Filippi, de eerste stad van dit deel van MacedoniŽ, een kolonie. En wij verbleven een aantal dagen in die stad. 13 En op de dag van de sabbat gingen wij de stad uit, de rivier langs, waar het gebed gewoonlijk plaatsvond; en nadat wij daar waren gaan zitten, spraken wij tot de vrouwen die er samengekomen waren.

Lydia en de cipier bekeerd
14 En een zekere vrouw, van wie de naam Lydia was, een purperverkoopster uit de stad Thyatira, die God diende, luisterde naar ons. En de Heere opende haar hart, zodat zij acht gaf op wat door Paulus gesproken werd. 15 En toen zij gedoopt was, en haar huisgenoten, drong zij er bij ons op aan: Als u van oordeel bent dat ik trouw ben aan de Heere, kom dan in mijn huis en blijf er. En zij drong er sterk bij ons op aan. 16 En het gebeurde toen wij naar de plaats van het gebed gingen, dat een zekere slavin die een waarzeggende geest had, ons tegemoetkwam. Zij verschafte haar meesters veel inkomsten met waarzeggen.