MatteŁs 7 vs 13-20

De nauwe poort
13 Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; 14 maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.

De boom en zijn vruchten
15 Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. 16 Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. 19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen.

Galaten 5 vs 25-6 vs 10

25 Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen. 26 Laten wij geen mensen met eigendunk worden, elkaar niet uitdagen en benijden.

Draag elkaars lasten
1 Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt. 2 Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus. 3 Want als iemand denkt iets te zijn, terwijl hij niets is, bedriegt hij zichzelf. 4 Maar laat ieder zijn eigen werk beproeven; dan zal hij alleen voor zichzelf stof tot roemen hebben, en niet voor de ander. 5 Want ieder zal zijn eigen pak dragen. 6 En laat hij die onderwezen wordt in het Woord in alle goede dingen delen met hem die onderwijs geeft. 7 Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten. 9 En laten wij niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen wij oogsten, als wij het niet opgeven. 10 Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof.