Psalm 78 vs 1-16

De liefde van God voor Zijn ondankbaar volk
1 Een onderwijzing van Asaf. Mijn volk, neem mijn onderricht ter ore, neig uw oor tot de woorden van mijn mond. 2 Ik wil mijn mond met spreuken opendoen en van aloude verborgenheden doen overvloeien, 3 die wij gehoord hebben en weten en onze vaders ons verteld hebben. 4 Wij zullen ze niet verbergen voor hun kinderen, maar aan de volgende generatie de loffelijke daden van de HEERE vertellen, Zijn kracht en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft. 5 Want Hij heeft een getuigenis ingesteld in Jakob, een wet vastgesteld in IsraŽl; die heeft Hij onze vaderen geboden om ze hun kinderen bekend te maken, 6 opdat de volgende generatie ze zal kennen, de kinderen die geboren zullen worden, en zij opstaan en ze weer aan hun kinderen vertellen; 7 zodat zij hun hoop op God stellen en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden in acht nemen, 8 en niet worden als hun vaderen: een opstandige en ongehoorzame generatie, een generatie die zijn hart niet richtte op God en van wie de geest niet trouw was aan God. 9 De zonen van EfraÔm, gewapende boogschutters, keerden om op de dag van de strijd. 10 Zij namen Gods verbond niet in acht en weigerden te wandelen in Zijn wet. 11 Zij vergaten Zijn daden en Zijn wonderen, die Hij hun had laten zien. 12 Voor de ogen van hun vaderen had Hij wonderen gedaan in het land Egypte, in het gebied van Zoan. 13 Hij spleet de zee doormidden en deed hen erdoor gaan, de wateren deed Hij rechtop staan als een dam. 14 Hij leidde hen overdag met een wolk, de hele nacht met een lichtend vuur.* 15 Hij spleet de rotsen doormidden in de woestijn en liet hen overvloedig drinken als uit diepe wateren. 16 Want Hij bracht stromen voort uit de rots en deed water neerstorten als rivieren.

Psalm 78 vs 67-72

67 Hij verwierp de tent van Jozef, de stam EfraÔm verkoos Hij niet. 68 Maar Hij verkoos de stam Juda, de berg Sion, die Hij liefhad. 69 Hij bouwde Zijn heiligdom, als hoogten, en vast als de aarde, die Hij voor eeuwig grondvestte. 70 Hij verkoos Zijn dienaar David en haalde hem bij de schaapskooien vandaan. 71 Van achter de zogende schapen deed Hij hem komen om te weiden Jakob, Zijn volk, en IsraŽl, Zijn eigendom. 72 Hij heeft hen geweid met een oprecht hart en hen geleid met zeer bekwame hand.*