Johannes 1 vs 44-47

Filippus en NathanaŽl
44 De volgende dag wilde Jezus weggaan naar Galilea en Hij vond Filippus en zei tegen hem: Volg Mij. 45 Filippus nu kwam uit BethsaÔda, uit de stad van Andreas en Petrus. 46 Filippus vond NathanaŽl en zei tegen hem: Wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth. 47 En NathanaŽl zei tegen hem: Kan uit Nazareth iets goeds komen? Filippus zei tegen hem: Kom en zie.

Johannes 6 vs 1-7

De eerste wonderlijke spijziging
1 Hierna vertrok Jezus naar de overkant van de zee van Galilea, ofwel van Tiberias. 2 En een grote menigte volgde Hem, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de zieken. 3 En Jezus ging de berg op en ging daar zitten met Zijn discipelen. 4 En het Pascha, het feest van de Joden, was nabij. 5 Toen Jezus dan de ogen opsloeg en zag dat een grote menigte naar Hem toe kwam, zei Hij tegen Filippus: Waar zullen wij broden kopen, opdat deze mensen kunnen eten? 6 (Maar dit zei Hij om hem op de proef te stellen, want Hij wist Zelf wat Hij zou gaan doen.) 7 Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen brood is voor hen niet genoeg, zodat ieder van hen een beetje zou kunnen krijgen.

Johannes 12 vs 20-22

Het stervend tarwegraan
20 Nu waren er enkele Grieken onder hen die gekomen waren om op het feest te aanbidden. 21 Die dan gingen naar Filippus, die van BethsaÔda in Galilea afkomstig was, en vroegen hem: Heer, wij willen Jezus graag zien. 22 Filippus kwam en zei het tegen Andreas, en Andreas en Filippus zeiden het op hun beurt tegen Jezus.