Marcus 15 vs 1-5

Jezus voor Pilatus
1 En meteen, 's morgens vroeg, beraadslaagden de overpriesters met de oudsten en schriftgeleerden en heel de Raad, en nadat zij Jezus gebonden hadden, brachten zij Hem weg en leverden zij Hem over aan Pilatus. 2 En Pilatus vroeg Hem: U bent de Koning van de Joden? En Hij antwoordde hem en zei: U zegt het. 3 En de overpriesters beschuldigden Hem van veel dingen, maar Hij antwoordde niets. 4 En Pilatus stelde Hem opnieuw een vraag en zei: Antwoordt U niet? Zie, hoeveel zij tegen U getuigen! 5 Maar Jezus antwoordde helemaal niets meer, zodat Pilatus zich verwonderde.

Marcus 15 vs 16-20

Jezus weggeleid
16 En de soldaten leidden Hem het paleis binnen, dat is het gerechtsgebouw, en riepen heel de legerafdeling bijeen. 17 En zij deden Hem een purperen mantel om, en nadat zij een doornenkroon gevlochten hadden, zetten zij Hem die op 18 en begonnen Hem te begroeten: Gegroet, Koning van de Joden! 19 En zij sloegen op Zijn hoofd met een rietstok en bespuwden Hem en zij vielen op de knieŽn en aanbaden Hem. 20 En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de purperen mantel uit en trokken Hem Zijn eigen kleren aan en leidden Hem naar buiten om Hem te kruisigen.